Two rebels with a cause

1 mei 2022
tekst: Elsbeth Etty; foto: Jantsje de Boer

Vooraf:

Op 21 april organiseerde de Stichting Literaire Activiteiten Zeist in de bibliotheek een lezing over Multatuli en Willem Wilmink, onder het motto “Two rebels with a cause”. De aanleiding voor deze lezing was de tentoonstelling van 22 etsen van Harry van Kruiningen, gebaseerd op de Minnebrieven van Mutatuli, die onder hetzelfde motto te zien is geweest in het Multatulihuis in Amsterdam en tot 4 juni wordt getoond in het gebouw De Klinker (boven de bibliotheek) in Zeist.

De lezing werd gehouden door Elsbeth Etty, een Nederlandse neerlandica, onder andere werkzaam geweest als adjunct-hoofdredacteur van De Waarheid en van 1989 tot haar pensionering in 2017 als redacteur literatuur bij NRC Handelsblad. Van haar hand verschenen diverse werken en biografieën zoals ‘Liefde is heel het leven niet’, over Henriette Roland Holst en ‘In de man zit nog een jongen’ over Willem Wilmink, de schrijver die een tiental jaren in Zeist heeft gewoond.  

Elsbeth Etty was zo vriendelijk om de door haar uitgesproken tekst aan mij ter beschikking te stellen voor publicatie in het Zeistermagazine. Het was een bijzonder boeiende en interessante lezing, die laat zien hoe grote literatuur scherpe en actuele maatschappijkritiek kan zijn. De tekst van de lezing wordt de komende drie weken in drie delen als feuilleton in het Zeistermagazine afgedrukt.

Henny Fokkema

 

De lezing van Elsbeth Etty, deel 1:

Geachte aanwezigen,

Wat hebben de schrijver Multatuli, geboren in 1820, en de dichter en liedjesschrijver Willem Wilmink, geboren in 1936 gemeen? Dat zit zo. In maart 2019 mocht ik als voorzitter van het Multatuli Genootschap de tentoonstelling Two Rebels with a cause: Harry van Kruiningen en Multatuli openen in het huis waar Eduard Douwes Dekker op 2 maart 1820 ter wereld kwam.

Willem Wilmink 

Na de opening van de schitterende Van Kruiningen tentoonstelling was er een borrel waar ik in gesprek raakte met de oud-directeur van de dag- en avondschool voor mavo/havo/vwo in Zeist, waar Willem Wilmink korte tijd als leraar Nederlands les gaf. Indertijd werd de dagafdeling van de school “de moedermavo” genoemd. De directeur had mijn biografie van Willem Wilmink gelezen die begin 2019 was verschenen onder de titel In de man zit nog een jongen.

Van 1981 tot 1991 woonde Willem Wilmink met zijn tweede vrouw en haar twee dochtertjes in de wijk Couwenhoven in Zeist. Kort daarvoor had hij - totaal overspannen - ontslag genomen als wetenschappelijk medewerker aan de universiteit van Amsterdam waar hij Nederlands doceerde. Om de alimentatie voor zijn eerste vrouw en hun twee zoontjes te kunnen betalen had hij in Zeist een part-time leraarsbaan op de avondschool aangenomen, wat hem een jaarinkomen van 9100 gulden opleverde. Maar helaas, al na een half jaar volgde ontslag. Naar eigen zeggen omdat hij te veel literatuurlessen gaf en te weinig deed aan grammatica.

Tijdens het onderzoek voor mijn biografie kwam ik er niet achter wat de werkelijke reden was van zijn ontslag op de school in Zeist,  maar ik vermoedde dat het iets te maken had met zijn overspannen gedrag en zijn bizarre driftbuien waarvan ik vele getuigenissen had. De oud-directeur vertelde mij dat dit inderdaad het geval was. Wilmink hield van poëzie, waarover hij fantastisch les kon geven, maar had een bloedhekel aan het verplichte eindexamenvak tekstverklaren, dat hij dus weigerde te doceren. Voor zijn leerlingen, die hij op hun eindexamen moest voorbereiden, was dat rampzalig. Toen de schooldirecteur hem dat probeerde duidelijk te maken en hem vriendelijk vroeg zich aan het lesprogramma te houden, ontstak hij in een waanzinnige woede. In zijn drift pakte hij een stoel die hij door de kamer smeet. Hij bleef bij zijn weigering om het in het zijn ogen verfoeilijke vak tekstverklaren te onderwijzen.  

Kortom: hij viel niet te handhaven als leraar. De directeur nam zijn lessen over en de school was zo genereus zijn salaris tot het einde van het schooljaar door te betalen, maar daarna viel zijn vaste inkomen weg.

Zoals Multatuli in Lebak wegens rebellie ontslag moest nemen als assistent-resident en van de pen ging leven, zo verloor Wilmink in Zeist zijn baan zodat hij full-time schrijver werd.    

In mijn biografie noem ik het decennium dat Wilmink in Zeist woonde zijn gloriejaren. Op zijn woonerf in Couwenhoven, waar de huizen zo op elkaar leken dat hij zijn eigen voordeur niet kon vinden en hij dus nauwelijks buiten kwam, deed hij vrijwel niets anders dan schrijven.

In stilte ontwikkelde hij zich, ver van Amsterdam en het wilde leven daar, tot Nederlands beste liedjesschrijver. Hij sleepte er de ene prestigieuze opdracht na de andere in de wacht.  Overladen met prijzen en andere eerbewijzen verhuisde hij na tien jaar Zeist naar zijn geboortestad Enschede, waar hij als held werd binnengehaald. Na zijn overlijden in 2003 in dezelfde Javastraat waar hij 66 jaar eerder ter wereld was gekomen, werden er wegen en pleinen naar hem genoemd, de schouwburg heet Willem Wilmink-theater, er is een Willem Wilminkschool en zijn gedichten sieren er gevels en stoepstenen.

Eduard Douwes Dekker, beter bekend als de schrijver Multatuli

Eduard Douwes Dekker, beter bekend als Multatuli, zou nooit naar zijn geboortehuis in de Amsterdamse Korsjespoortsteeg terugkeren. Anders dan Wilmink was hij niet verknocht aan de plek waar zijn wiegje stond. Hij schaamde zich voor het feit dat hij in een steeg was geboren en niet in een straat of laan. Tegenwoordig is het overigens een hele chique steeg, tussen de Herengracht en het Singel. En anders dan in Wilminks geboortehuis is er in dat van Multatuli een naar hem genoemd museum gevestigd.

Op loopafstand daarvan, op de Torensluis over het Singel prijkt sinds 1987 een enorm, door de toenmalige koningin Beatrix onthuld standbeeld van Multatuli. Een paar honderd meter verder, op de Dam, staat De Nieuwe Kerk waar koning Willem-Alexander in 2020 ter gelegenheid van Multatuli’s 200ste geboortejaar een Multatuli-gedenksteen onthulde met de beginzin van zijn beroemdste boek, Max Havelaar: "Ik ben makelaar in koffie, en woon op de Lauriergracht nummer 37."

Zelf vind ik het slot van de Max Havelaar, waarvan de eerste druk in 1860 verscheen, indrukwekkender. Het is een gewetensvraag aan de toenmalige koning die hij oproept een einde te maken aan de wantoestanden in de kolonie Nederlandsch-Indië:  

Want aan U draag ik mijn boek op, Willem de Derde, Koning, Groothertog, Prins ... meer dan Prins, Groothertog en Koning ... KEIZER van 't prachtig rijk van INSULINDE dat zich daar slingert om de evenaar, als een gordel van smaragd ...
Aan U durf ik met vertrouwen vragen of 't Uw keizerlijke wil is:
dat daarginds Uw meer dan dertig miljoenen onderdanen worden MISHANDELD EN UITGEZOGEN IN UW NAAM?”

Two rebels with a cause

Het motto van deze avond is Two rebels with a cause , ontleend aan de filmklassieker Rebel without a Cause uit 1955, met in de hoofdrol James Dean als opstandige puber. Waartegen richtte zich de rebellie van zulke uiteenlopende schrijvers als Multatuli en Willem Wilmink?

Hoe komt die rebellie tot uiting in hun werk? En in hoeverre is hun maatschappelijk engagement nog actueel en van invloed op het denken en voelen van hedendaagse generaties?        

Laat ik beginnen met Multatuli.

Ik zal niet de hele Max Havelaar met u doornemen maar me beperken tot het beroemde 17de hoofdstuk: Saïdjah en Adinda, waaraan ik de afgelopen weken voortdurend moet denken.

Deze tragische liefdesgeschiedenis gaat behalve over uitbuiting van de Javaan door de Nederlandse overheersers, over oorlogsmisdaden. Oorlogsmisdaden zoals die nu gepleegd worden in Oekraïne.

Multatuli beschrijft aan het slot van het verhaal hoe Saïdjah het naakte, afschuwelijk mishandelde lijk van zijn geliefde Adinda vindt in een dorp dat pas veroverd was door het Nederlandse leger, en dús in brand stond. Het woordje dus liet Multatuli cursief drukken.

In latere publicaties legde hij uit waarom: “Ik beweerde dat een dorp in brand stond omdat het veroverd was door Nederlandsche soldaten. Hierin ligt heel duidelijk de beschuldiging dat ons krijgsvolk schandelijk huishoudt in veroverde plaatsen. Ja, het dorp wás veroverd door Nederlandsche soldaten, en stond dús in brand. Op Nederlandsche heldendeugd volgt brand. Nederlandsche overwinning leidt tot verwoesting. Nederlandsche krijgsbedrijven baren wanhoop.” 

Ruim anderhalve eeuw na het verschijnen van Max Havelaar is er nu eindelijk de officiële erkenning dat Multatuli gelijk had met dat woordje dus. Het in februari gepubliceerde onderzoeksrapport ‘Onafhankelijkheid, dekolonisatie, geweld en oorlog in Indonesië, 1945-1950’ van o.a. het NIOD, stelt vast:

De Nederlandse regering en militaire leiding tolereerden doelbewust het stelselmatig en wijdverbreid gebruik van extreem geweld door Nederlandse militairen in de oorlog tegen de Republiek Indonesië.”

Daar heeft premier Rutte zijn excuses voor aangeboden, maar niet voor de verwoestingen door de Nederlandse krijgsmacht in de eeuwen die eraan vooraf gingen. Overigens is het opmerkelijk - schandalig zelfs - dat het woord oorlogsmisdaden niet voorkomt in het recente onderzoeksrapport. Wel is het een vooruitgang dat wat voorheen eufemistisch werd aangeduid als ‘politionele acties’ nu ‘oorlog’ mag heten.

Poetin noemt zijn oorlog tegen Oekraïne eufemistisch ‘een speciale militaire operatie’. Wie het woord oorlog of invasie in de mond neemt, draait voor vijftien jaar de bak in. Zoals Nederland indertijd de Republiek Indonesia niet erkende, accepteert Poetin de soevereiniteit van Oekraïne niet. Oorlog voert men tegen een buitenlandse mogendheid, is de redenering. Met een politionele actie of militaire operatie wordt slechts de orde hersteld in wat als het eigen land wordt geclaimd.                  

Aan jeugdige bezoekers van het Multatuli Museum die mij vragen wat de betekenis van Multatuli is voor deze tijd antwoord ik wel eens dat Multatuli ons ‘woke’ houdt. Volgens het Algemeen Nederlands Woordenboek betekent ‘woke’: alert op maatschappelijke misstanden, zoals racisme en discriminatie en verder: maatschappelijk bewust en maatschappijkritisch.

Plakken we deze definities op Multatuli, dan kunnen we vaststellen dat hij de eerste woke schrijver was van het Nederlandse taalgebied. Weliswaar bestond het begrip ‘woke’ in Multatuli’s tijd niet, net zo min als de termen racisme en seksisme, maar niettemin heeft Multatuli datgene wat we nu racisme en seksisme noemen aangemerkt als misstanden waartegen hij zich in woord en daad verzette.

Tot zover deel 1 van de lezing. Volgende week verder over Multatuli en Wilmink.
 

Bijdrage: 
Artikel: 
Column: 

 


Meer over Multatuli:
De waarde van de zichtbaarheid van ideeën

Meer over Willem Wilmink:
Gedicht van de maand: Rondeel

Volgende bijdrage:
Twee bijzondere auteurs te gast

 

Voeg een reactie toe

Plain text

  • HTML tags zijn niet toegestaan.
  • Website-adressen en emailadressen worden automatisch omgezet in een link.
  • Regels en paragrafen breken automatisch af.