Het virus en het buitenleven

Column
20 maart 2021
tekst en foto: Arend Postma

Nederland is alweer een jaar in lockdown en ik dus ook, daarom een goed moment voor een persoonlijke terugblik.

Mijn selectieve, verraderlijke geheugen heeft het afgelopen jaar, dat zich grotendeels in de openlucht afspeelde, tot zorgeloze herinneringen gekneed, want ondanks de in alle hoeken en gaten aanwezige pandemie heb ik geen ontwrichting van mijn leven kunnen bespeuren.

Die herinneringen bestaan vooral uit terrassen, koffie dan wel warme chocolade ‘to go’ en restaurants waar je via reservering bijna altijd terecht kon. Ook ons verblijf in een stacaravan op een uitgestorven camping was een onvergetelijke ervaring, vooral door een hond die verdacht veel op een wolf leek.

Wel is het drinken van bier op een bankje in het park er bij ingeschoten - deze activiteit is daarom van lieverlee naar de woonkamer en mijn laptop verschoven. Dat betekent dat door communicerende vaten de PMD- en glascontainers het zwaar te verduren hebben.    

Scandinavische misdaadseries laten goed zien hoe de criminele werkelijkheid net onder het oppervlak van de beschaving in appartementen in Stockholm, Malmö en Kopenhagen tiert. In deze series vormen naargeestige industrieterreinen, aan de rand van de alom aanwezige natuur, nog al eens het decor van executies die op zijn minst expliciet te noemen zijn. Voordeel is wel dat men op dergelijke  locaties minder last van aerosolen heeft en daarmee het virus op gepaste afstand houdt. Na gedane arbeid is het ook in de Scandinavische onderwereld tijd om te ontspannen en dat doet ze het liefst in de vrije natuur. Daarom heeft elke zichzelf respecterende crimineel wel een privé-eiland waar die bijna het hele jaar door ongestoord van het buitenleven kan genieten. Overigens wel met de nodige spiritualiën want anders is het ook daar in het Hoge Noorden niet vol te houden.

Maar ook in Nederland is het buitenleven zich als een olievlek aan het uitbreiden, want de viaducten zijn niet aan te slepen. Dat kunnen we van het centrum van Zeist niet zeggen, want daar is het enige viaduct verdwenen. Maar niet getreurd: er zijn nog voldoende mogelijkheden om op anderhalve meter afstand in de openlucht van de publieke ruimte te verblijven. Voor wie na een click & collect bezoek aan het centrum nog ergens een drankje ‘to go’ of een frietje wil scoren biedt de Slotlaan zeker een kilometer zitplaats in de vorm van bankjes en bloembakken – voldoende om anderhalve meter afstand te houden. Ook op de Hogeweg bieden de muurtjes rondom het beeld ‘Eden’ genoeg ruimte om er ogenschijnlijk een vrolijke boel van te maken.

Hopelijk ziet de wereld er over een paar maanden nóg vrolijker uit.
 

Bijdrage: 

 


Arend schreef eerder:
Exodus hoofdkantoren

Meer over corona::
Besmetting

Volgende bijdrage:
Uitslag peiling vuurwerk

 

Voeg een reactie toe

Plain text

  • HTML tags zijn niet toegestaan.
  • Website-adressen en emailadressen worden automatisch omgezet in een link.
  • Regels en paragrafen breken automatisch af.