Meer vlinders, vogels en bijen in je tuin?

8 juni 2024
tekst: Daan Bleichrodt; foto boven: Daan Bleichrodt, foto onder: Mel Boas

Hittegolven of juist hevige regenbuien, het negatieve klimaatnieuws vliegt je om de oren. Gelukkig kun je zélf een heleboel doen om de gevolgen van klimaatverandering op te vangen. Ga bijvoorbeeld aan de slag met een minibos in je tuin!

Meer groen in je tuin trekt vlinders, vogels en bijen aan, zorgt voor meer biodiversiteit en vermindert de effecten van klimaatverandering, zoals hittestress en wateroverlast. Onderzoek laat zelfs zien dat alleen kijken naar bomen al stressverlagend werkt en dat mensen met meer vogels in de tuin gelukkiger zijn.

Iedereen kan een minibos aanplanten, en je hebt slechts een paar vierkante meter nodig. Ik ben aan de slag gegaan in mijn voortuin, nu zie ik van alles groeien en bloeien! Het minibosje groeit inmiddels letterlijk de tuin uit. Er zitten puttertjes, krekels en egels in mijn tuin en talloze kleurrijke bloemen. Hoewel het klein is, zie ik dat ik een verschil maak en de biodiversiteit toeneemt. In de maand juni* tel ik hoeveel wilde dieren- en plantensoorten ik in mijn tuin tegenkom. De resultaten daarvan registreer ik in de gratis app ‘ObsIdentify’. Deze app vertelt mij welke soort ik heb gevonden. Ik zit op dit moment op 78 verschillende soorten wilde planten en dieren!

Minibos in je voortuin
Samen met mijn vriendin Kiki en onze twee zoontjes woon ik in een hoekhuis in Den Dolder. Onze voortuin was een waar slagveld. We hadden ons huis laten verbouwen en de aannemer had de voortuin drie maanden lang als opslagplaats en werkruimte gebruikt. Het gras was bezaaid met stukken hout, gebroken glas en allerhande bouwmateriaal. Veel planten in de kaarsrechte borders waren vertrapt en tussen het opgedroogde cement groeiden alleen nog wat plukjes gras. Die paar frisgroene sprietjes waren het enige teken van leven dat onze voortuin nog vertoonde.

Ik was in de ban van Tiny Forests en had mijn zinnen gezet op een bosje in eigen tuin. Maar mijn voorstel werd niet bepaald enthousiast ontvangen. “Ik wil geen bos in mijn tuin”, klonk het stellig uit de mond van mijn geliefde. Een beetje navraag leerde dat ze bang was dat torenhoge eiken en beuken al het licht uit onze tuin zouden slurpen en dat we nooit meer daglicht zouden zien in de woonkamer. Daarnaast vond ze bomen ook gewoon saai, want het is alleen maar groen. Een tuin met kleurrijke, exotische bloemen waar ze boeketjes van kon maken, genoot haar voorkeur. Onze plannen voor de tuin lagen wel erg ver uit elkaar. Ik had hulp nodig en die vond ik bij Rick.

Eten uit eigen tuin
Rick is opgeleid als hovenier en volgens hem kun je in de tuin het beste bomen en struiken kiezen die ook veel in hagen voorkomen. “Meidoorns, lindes en hazelaars kun je goed snoeien, en zo houd je je bos een beetje in toom”, legde hij uit. Daarnaast stelde hij een aantal kleurrijke bomen en struiken voor. In het vroege voorjaar zijn bijvoorbeeld de katjes van de boswilg en de witte bloemen van de meidoorn erg mooi. Voor kleur in de winter raadt hij de groenblijvende hulst aan en ook de vuurrode takken van de rode kornoelje zijn volgens hem een lust voor het oog in het lage winterlicht. In mei en juni bloeit de vlier met zijn witte schermbloemen die doen denken aan de immens populaire, maar voor insecten verder nutteloze hortensia. Ook de egelantier met zijn prachtige lichtroze bloemen met een gele kern is een aanrader. Tot slot beveelde hij nog de linde aan voor bodemvruchtbaarheid en de langbloeiende vuilboompjes voor de insecten.

Het leek mij geweldig om te kunnen eten uit eigen tuin en ook dat maken de hazelaar, vlier, meidoorn, aalbes en daslook voortaan mogelijk. Daarnaast adviseerde Rick mij om het ontwerp van mijn droombos eerst in de tuin uit te zetten met stokken en touw. “Zo kan Kiki zich er veel makkelijker een beeld bij vormen”, legde hij uit.

Rechte vormen kent de natuur niet
Met zwerfkeien en overgebleven bakstenen maakte ik een ronde border. Om meer organische vormen in te tuin te creëren, stelde Rick voor om een halve cirkel van gestapelde stenen te maken aan de rand van de tuin. Ik begreep meteen waarom rechte lijnen in de natuur niet bestaan. Daarna verzamelde ik wat foto’s van de verschillende stengels, bladstructuren en bloemen. Mijn aangepaste ontwerp viel dit keer wel in vruchtbare aarde, vooral omdat de bomen die ik voorstel dit keer niet de hemel in groeien.    

Want hoewel Kiki geen woudreuzen in haar voortuin wou, was beschutting wel erg welkom. Toen we net onze intrek namen in onze woning keken voorbijgangers namelijk met het grootste gemak bij ons naar binnen. Het minibos zoals we het nu hadden uitgezet, zorgde voor wat meer privacy, doorbrak de rechte lijnen in de tuin en gaf bovendien kleur. We waren enthousiast!

Op een warme decemberochtend gingen we met z’n vieren aan de slag. We staken de graszoden uit en Rick vond daarbij nog wat inheemse kruidenplanten, zoals zenegroen, vrouwenmantel en wilde aardbeien. De kruidenplantjes bewaarden we zolang in een emmer en we spitten de bodem een spade diep om. Door de losgewoelde aarde mengden we wat gehakseld stro, mest en ook vivimus, dat volgens Rick een feest voor de regenwormen en andere bodembewoners is. We plantten de boompjes en struiken, en bedekten de omringende bodem met een laag tarwestro. Tussen de stenen van het stapelmuurtje plantten we de kruiden uit de emmer en ik voorzag het muurtje van nog wat mossen uit de achtertuin. Na drie uur klussen was het minibos klaar. Het was meteen een populaire scharrelplaats voor merels, die van nature bosvogels zijn.

Herstellen door niks te doen
Net na de aanleg van het minibos las ik een artikel van de Ierse landschapsontwerper Mary Reynolds over het maken van een ark. Dat is kort voor ‘Acts of Restorative Kindness’, en is uiteraard ook een knipoog naar Noach die op zijn ark talloze diersoorten voor uitsterven behoedde tijdens de zondvloed. Mary bouwde geen boten, maar had wel een goedkope en slimme manier bedacht om meer natuur in de tuin te krijgen. Haar voorstel was simpel:

Gebruik de helft van jouw tuin om biologisch voedsel te kweken en geef de rest terug aan de natuur. In de wilde helft van de tuin verwijder je enkel de exotische planten en verder laat je dit stuk grond aan zijn lot over.

Zo’n ark rondom mijn minibos leek mij ook wel wat. Kiki en ik besloten dat we het gras in het vervolg nog maar één keer per jaar maaien. Op deze manier voorkomen we dat het grasveld ook een bos wordt, maar geven we wilde bloemen de ruimte. In de winter komen als eerste de narcissen en krokussen op en die worden al snel opgevolgd door talrijke paardenbloemen. Zodra de zaadjes van de pluizenbollen zijn weggewaaid, steken de paarse toortsen van het zenegroen fier uit het gras omhoog en hullen de tuin in een paarse gloed. Daarna is het de beurt aan de madeliefjes, boterbloemen, ratelaars, wilde akelei, oranje havikskruid en teunisbloemen.

De laatste bloem is misschien wel mijn favoriet. Teunisbloemen bloeien van half juni tot begin november. Overdag hangen de grote, gele bloemen er wat slap bij, maar zodra de avond valt gaan ze open en verspreiden een zomerzoete geur door de tuin waarmee ze nachtelijke bestuivers lokken. In de herfst trekken teunisbloemen foeragerende puttertjes aan, die zich tegoed doen aan de olierijke zaadjes. Het lange gras in de tuin trekt nog een  nieuwkomer aan: de krekel. Het getjilp van dit bedreigde diertje doet me altijd denken aan vakanties uit mijn jeugd. Dankzij de wuivende grashalmen kan ik me met mijn ogen dicht voor even in Frankrijk wanen. En Kiki heeft dan wel geen kniptuin, maar geniet wel volop van alle kleurrijke bloemen.

Mocht je toch nog wat schaamte voelen bij een rommelige tuin, dan beveelt Mary Reynolds aan om een informatiebord in de tuin te plaatsen: “This simple action removes the shame that people feel about having a messy garden, and replaces it with pride that you’re doing something important to help all the creatures we are supposed to share the planet with”.

Minder in plaats van meer onderhoud
In de droge zomers van 2019, 2020 en 2022 gaven we het bosje een aantal keer water: een jong bos kan niet drie maanden zonder. Toch doen we dat maximaal één keer per week, de planten moeten ook zelf op zoek naar het grondwater en te veel water zorgt voor een oppervlakkig en kwetsbaar wortelstelsel. Vier jaar na aanleg wordt het tijd om wat te gaan snoeien en wellicht is het dan ook nodig om een of twee boompjes te verwijderen, om zo de overblijvers wat meer ruimte te geven. Achteraf gezien had ik de wilde kamperfoelie beter niet kunnen planten. De klimplant overwoekerde binnen de kortste keren alle jonge boompjes. Hoewel ik oude bomen vol klimplanten prachtig vind, is een jong bos niet bestand tegen dat groeigeweld. De kamperfoelie heeft na een jaar dan ook een andere plek in mijn tuin gekregen en groeit nu tegen de zijkant van onze hoekwoning aan.

*Ik doe mee met “Heel Zeist Telt Mee!”. Een campagne van gemeente Zeist, het Wereldnatuurfonds (WWF), Waarneming.nl en bezoekerscentrum De Boswerf waarin inwoners uit de gemeente Zeist worden gevraagd om de hele maand juni wilde dieren- en plantensoorten te tellen in je tuin, straat, buurt of in een nabijgelegen natuurgebied. Met de resultaten zijn de initiatiefnemers beter in staat om de biodiversiteit van de gemeente Zeist in kaart te brengen en de natuur beter te beschermen. Lees meer over “Heel Zeist Telt Mee!” via https://www.zeist.nl/projecten/projectenoverzicht/heel-zeist-telt-mee.
 

Bijdrage: 
Column: 

 


De natuur kan ook wel wat steun gebruiken:
Steeds minder tuinvogels, hoe zou dat komen?

Meer over biodiversiteit:
Terug naar hoe het was

Volgende bijdrage:
Avondvierdaagse

 

Voeg een reactie toe

Plain text

  • HTML tags zijn niet toegestaan.
  • Website-adressen en emailadressen worden automatisch omgezet in een link.
  • Regels en paragrafen breken automatisch af.