Bushcraften in het Wilhelminapark

15 september 2020
tekst en foto: Arend Postma

Na terrasbezoek in het centrum fietsten wij richting huis.

Op de Woudenbergseweg, bij de wegversmalling, stapte een man uit het Wilhelminapark de weg op. Hij was behangen met touwen en had een uitrusting die een bushcrafter deed vermoeden. Een rare gedachte want zelfs met een beetje fantasie kon ik mij niet voorstellen wat een bushcrafter in het Wilhelminapark te zoeken had.

Het park is aangelegd naar een ontwerp van de bekende tuinarchitect Hendrik Copijn. Die naam is daarmee een garantie voor diversiteit aan bomen en struiken, maar staat ook voor onderhoud waarbij elk grassprietje omgedraaid wordt. Misschien iets te grondig, want zo valt er voor een bushcrafter geen droog brood te verdienen. De Inlandse en de Amerikaanse eik mogen dan prominent aanwezig zijn, maar bieden ze wel voldoende uitdaging en komt de fundamentalist hiermee aan zijn dagelijkse portie vitamines? 

Aan de overkant bij de Hema liggen grote hoeveelheden pillen in de vorm van voedingssupplement in de schappen. Waarom zou hij dan kiezen voor een marginaal bestaan waarbij die voortdurend de hongerdood in de ogen kijkt?

In zo’n minimalistische omgeving komt ook de culinaire kant van zijn bestaan niet uit de verf. Oké, met een beetje fantasie scoort hij er een pekingeend of eendenborst maar daar houdt het qua overleven in de wildernis van het Wilhelminapark ongeveer wel mee op.

Al overpeinzend gaf ik hem voldoende ruimte om de weg op te stappen en hij groette alsof hij mij kende. Ik groette terug maar kon mij niet herinneren hem eerder gezien te hebben en pijnigde mijn hersenen. Wel kon mij voorstellen dat hij mij erkentelijk was voor de afstand die ik nam, want zo zwaar beladen zijn vereist flink wat manoeuvreerruimte. 

Nog geen driehonderd meter verder, vlak voor de rotonde bij het Bisonveld, werd ik gegroet door een mij onbekende meneer, ook op een manier die deed vermoeden dat hij mij kende. Ik zeg tegen mijn vriendin: ‘Het moet niet gekker worden, die mensen groeten mij alsof ik ze zou moeten kennen, maar ik heb ze nog nooit eerder gezien.’ 

Het deed mij aan een mop denken die een hoog surrealistisch gehalte had:

Joop zegt tegen een vriend: ‘Iedereen kent mij.’ Die vriend gelooft het niet en zegt: ‘Kom, we gaan naar Soestdijk.’ Als ze langs het paleis lopen gaat het raam open en daar verschijnt het hoofd van Prins Bernard, die roept: ‘Hé Joop, hoe gaat het met jou?’ De vriend, een beetje overtuigd, zegt: ‘Kom we gaan naar Rome.’ Als ze op het Sint Pietersplein staan zegt Joop: ‘Ik ga even met de paus daar op het balkon praten,’ en hij is weg. Even later als hij terugkomt ligt de vriend op de grond en hebben de artsen van Artsen Zonder Grenzen hem net bij kennis gebracht. Hij vraagt wat er met hem gebeurd is. ‘Nou ja, toen jij naast de paus stond kwam er een Amerikaan op mij af en die vroeg: wie is die man naast Joop?’

Op de Amalia van Solmstlaan was een kennis in haar tuin aan het werk en groette ons zodanig dat ik weer met beide benen op de grond stond.

 

Volgende bijdrage: Wat ga jij doen?

 

Reacties

Is het niet fijn dat men elkaar in het dorp vriendelijk groet in het voorbijgaan? Meneer de columnist is dan een keer in het (te) Algemeen Dagblad geportretteerd, maar ik mag toch niet aannemen dat U daardoor wereldberoemd in Zeist bent geworden. Nee hoor, ik zou gewoon vriendelijk terug groeten. Ik hoop dat Uw vriendin (lees: mijn moeder) dat niet naliet te doen.

Voeg een reactie toe

Plain text

  • HTML tags zijn niet toegestaan.
  • Website-adressen en emailadressen worden automatisch omgezet in een link.
  • Regels en paragrafen breken automatisch af.