Skip to main content

Uit de groef

Lianne van Kalken achter het katheter van de Walkartkerk in Zeist tijdens haar inleiding over Raadsakkoorden

De Walkartgemeenschap organiseert op zondagochtend regelmatig verdiepende thema’s. Op de laatste zondag van juni kwam Lianne van Kalken naar de Walkartkerk in Zeist om te spreken over ‘raadsakkoorden’, waarbij er geen coalitie en oppositie is maar raadsbrede samenwerking. Lianne werd als 22-jarige gemeenteraadslid en werd na acht jaar wethouder. Ondertussen schreef ze ook een proefschrift, “Uit de groef”, over raadsakkoorden in de politiek.

12 juli 2026

Lianne van Kalken, oud-wethouder uit Vlaardingen tekst: Lianne van Kalken

De Walkartgemeenschap organiseert op zondagochtend regelmatig verdiepende thema’s. Op de laatste zondag van juni kwam Lianne van Kalken naar Zeist om te spreken over Raadsakkoorden. Lianne kwam als 22-jarige in de gemeenteraad van Vlaardingen voor GroenLinks, naar eigen zeggen ‘zo groen als gras’, en werd na acht jaar wethouder. Ondertussen schreef ze ook een proefschrift, “Uit de groef: een onderzoek naar raadsbreed werken in gemeenten in de periode 2014-2022”. Ze werd namens de Walkartgemeenschap ingeleid door Jouke Krediet en na haar inleiding bevraagd door Rogier van der Wal.

Dit is de tekst van haar inleiding:
Toen ik aan mijn boek Uit de groef begon, begon dat eigenlijk niet met een wetenschappelijke ambitie. Het begon met een vraag. Een vraag die mij bleef bezighouden: waarom lukt het ons soms zo moeilijk om samen te werken, juist op de momenten waarop we dat het hardst nodig hebben?

Die vraag kwam niet voort uit een theorie of uit een boek. Die kwam voort uit mijn eigen ervaring in de politiek. Ik was gemeenteraadslid in Vlaardingen en na de verkiezingen van 2018 ontstond daar een bijzondere situatie. Er was een verlangen om het anders te doen dan we gewend waren.

In de politiek is de gebruikelijke route vaak helder: na verkiezingen zoeken partijen elkaar op, er ontstaat een coalitie, er wordt een akkoord gesloten en vervolgens gaat een meerderheid besturen. De partijen die niet deelnemen aan de coalitie vormen de oppositie en controleren het bestuur.

Dat model heeft waarde. Het zorgt voor duidelijkheid. Het maakt zichtbaar wie verantwoordelijkheid draagt en wie controleert. Maar het heeft ook een keerzijde. Want vanaf het begin ontstaat er een scheidslijn. Een wij en een zij. Een groep die bestuurt en een groep die tegenover het bestuur staat.

In Vlaardingen wilden we onderzoeken of het ook anders kon. Niet beginnen bij de vraag: welke partijen horen bij elkaar? Maar beginnen bij de vraag: welke opgaven liggen er in onze stad waar we allemaal verantwoordelijkheid voor voelen? Waar vinden we elkaar? Wat kunnen we samen bereiken?

Het was een poging om niet de verschillen als vertrekpunt te nemen, maar de overeenkomsten. En misschien klinkt dat eenvoudig. Misschien klinkt het zelfs logisch. Want wie wil er nu niet samenwerken? Maar juist daar zat de moeilijkheid. Want samenwerken vraagt meer dan alleen goede bedoelingen.

We ontdekten dat je niet zomaar uit oude patronen stapt. Ook als je met elkaar afspreekt dat je het anders wilt doen, neem je gewoontes mee. Je neemt verwachtingen mee. Je neemt manieren van denken mee die in de loop van jaren zijn ontstaan.

Politiek is namelijk niet alleen een verzameling mensen. Politiek is ook een systeem. Een systeem met regels, rollen en gewoontes. En die gewoontes hebben invloed op ons gedrag.

Als mensen jarenlang gewend zijn om tegenover elkaar te staan, wordt naast elkaar staan niet vanzelfsprekend. Als mensen steeds moeten laten zien waar ze vóór zijn en waar ze tegen zijn, wordt het moeilijker om te zoeken naar wat ze delen.

Het experiment in Vlaardingen liep uiteindelijk vast. Dat was niet makkelijk. Want als je ergens met overtuiging aan begint, hoop je natuurlijk dat het lukt. Je wilt bewijzen dat een andere manier van politiek bedrijven mogelijk is.

Maar achteraf ben ik misschien wel het meest gaan leren van het feit dat het niet meteen lukte. Want daardoor ontstond een veel interessantere vraag: was het idee verkeerd? Of hadden we nog onvoldoende geleerd hoe je op een andere manier met elkaar samenwerkt? Die vraag heeft mij uiteindelijk naar mijn onderzoek gebracht en naar mijn boek Uit de groef.

Die titel komt voort uit een eenvoudig beeld. Een wiel dat steeds door dezelfde groef rijdt, doet dat vanzelf. Het kost weinig energie. Het is de bekende route. Maar een bestaande groef betekent niet automatisch dat het ook de beste route is. Soms kom je op een punt waarop je merkt: deze weg brengt ons niet meer waar we willen zijn. Dan ontstaat de vraag of er een andere beweging mogelijk is.

Kunnen we uit die oude groef komen? Ik denk dat dit beeld niet alleen iets zegt over politiek. Het zegt ook iets over hoe wij als mensen met elkaar omgaan. Want ook in onze samenleving kunnen we in groeven terechtkomen.

We ontmoeten iemand met een andere mening en voordat we het weten, hebben we die persoon al ingedeeld. We weten bij welke groep iemand hoort. We denken te weten wat iemand zal zeggen. En daarmee gebeurt er iets belangrijks. We luisteren niet meer echt. We luisteren niet meer om de ander te begrijpen, maar om ons eigen standpunt te bevestigen.

Dat is een risico in een tijd waarin verschillen steeds zichtbaarder worden. We zien het in de politiek. We zien het in maatschappelijke discussies. We zien het soms ook gewoon in gesprekken tussen mensen. Verschillen worden niet alleen verschillen meer. Ze worden soms scheidslijnen. En als die scheidslijnen te diep worden, verliezen we iets fundamenteels: het vermogen om elkaar nog als gesprekspartner te zien. Terwijl democratie juist gebouwd is op dat vermogen.

Democratie betekent niet dat iedereen hetzelfde denkt. Democratie betekent niet dat conflicten verdwijnen. Democratie betekent dat we een manier vinden om met verschillen om te gaan. Dat we het oneens kunnen zijn en toch samen verder kunnen. Dat we de ander niet hoeven te overtuigen van alles wat wij geloven, maar wel bereid zijn om de ander serieus te nemen.

Tijdens mijn onderzoek kwam ik iets tegen dat mij hoop gaf. Ik sprak veel mensen die actief zijn in het lokaal bestuur. Raadsleden, bestuurders, mensen die zich dagelijks inzetten voor hun gemeente. En wat mij opviel: de meeste mensen gaan niet de politiek in omdat ze ruzie willen maken. Ze gaan de politiek in omdat ze iets willen bijdragen. Omdat ze zich verantwoordelijk voelen voor hun omgeving. Omdat ze geloven dat het beter kan.

Misschien moeten we daarom niet alleen kijken naar de vraag of mensen bereid zijn om samen te werken. Misschien moeten we ook kijken naar de omgeving waarin zij werken. Welke structuren helpen mensen om samen te werken? Welke structuren maken het juist moeilijk? Welke gewoontes versterken we? En welke nieuwe gewoontes moeten we misschien ontwikkelen?

Dat is ook de gedachte achter het werken met raadsakkoorden. Het is geen oplossing voor alle problemen. Het maakt verschillen niet kleiner. Het haalt conflicten niet weg. Maar het probeert wel een ander uitgangspunt te kiezen. Niet eerst de vraag: wie hoort bij welk kamp? Maar: wat is onze gezamenlijke verantwoordelijkheid? Waar kunnen we elkaar vinden? Wat willen we samen mogelijk maken?

Dat vraagt iets van mensen. Het vraagt de bereidheid om niet alleen je eigen gelijk te verdedigen, maar ook nieuwsgierig te blijven naar de ander. Het vraagt om de overtuiging dat de samenleving niet beter wordt doordat één groep wint en een andere groep verliest. Maar doordat we samen zoeken naar oplossingen waarin zoveel mogelijk mensen zich kunnen herkennen.

Misschien geldt dat niet alleen voor politici. Misschien geldt dat voor ons allemaal. Ook wij hebben dagelijks de keuze hoe we naar anderen kijken. Zien we vooral de verschillen? Of zijn we ook bereid om opnieuw te zoeken naar wat ons verbindt?

Uit de groef komen betekent niet dat we allemaal dezelfde kant op moeten rijden. Het betekent niet dat verschillen verdwijnen. Het betekent niet dat we allemaal dezelfde overtuigingen moeten hebben. Het betekent wel dat we ruimte maken voor een andere manier van bewegen. Een manier waarin verschil en verbinding naast elkaar kunnen bestaan. Een manier waarin we de ander niet zien als iemand die ons in de weg zit, maar als iemand met wie we samen onderweg zijn.

Misschien is dat uiteindelijk de belangrijkste les die ik uit mijn onderzoek heb meegenomen. Vertrouwen ontstaat niet doordat we het altijd met elkaar eens zijn. Vertrouwen ontstaat doordat we ervaren dat we, ondanks onze verschillen, samen kunnen werken aan iets dat groter is dan onszelf. En misschien begint verbinding precies daar. Niet bij het verdwijnen van verschillen. Maar bij het opnieuw ontdekken van wat ons met elkaar verbindt.

Vragen na afloop:
Geeft een raadsakkoord niet een te grijs compromis? 
Nee, een raadsakkoord sluit je vanuit bereidheid om samen iets te bereiken. Samen is niet winnen of verliezen. Zien we vooral de verschillen, of zijn we bereid te zoeken naar overeenkomsten? Een raadsakkoord betekent niet dat verschillende verdwijnen maar we zijn wel samen op weg. 

Is er dan nog wel ruimte voor politieke profilering naar de achterban?
Een Raadsbreed akkoord geeft meer ruimte voor wisselende meerderheden, waardoor er minder ‘fractiediscipline’ nodig is binnen de coalitie. Dit geeft dus ook juist meer ruimte voor profilering naar de kiezer.

Moet een raadsakkoord altijd raadsbreed zijn? Je legt de nadruk op interesse in de andere partijen, maar noemde ook het voorbeeld van een anti-azc partij. Zit er een grens aan hoeveel empathie je op kunt brengen voor mensen van andere partijen en zou je dan ook een raadsakkoord kunnen sluiten het alle partijen min 1?
Zeker. In mijn definitie hoeft een raadsakkoord niet per se te betekenen dat álle partijen meedoen. Het gaat erom dat niet vanuit de zo kleinst mogelijke meerderheid gewerkt wordt maar juist zo breed als mogelijk is. Soms werken coalities ook prima, het is niet voor alles een oplossing, zeker niet als er niet veel problemen zijn. Een raadsakkoord vraagt ook tijd om te werken aan de bestuurscultuur, en vraagt ander gedrag. De rolopvattingen zijn bij een coalitie/oppositiemodel helder, maar als je het anders wilt, dan biedt een raadsakkoord een goede basis.

foto’s: Ronald Camstra
 

Bijdrage
Column

 


Meer over de inleiding: 
Zoeken naar wat bindt

Ratten eten van een maiskolf


Meer over consensus in de gemeenteraad: 
Haren kammen en schoenen poetsen

Felblauwe betimmering langs de nieuwe horecazaak Back Garden op de Slotlaan in Zeist


Volgende column: 
Dansen als een Edelman

 

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.