Skip to main content

De tarieven van Bosrust

Een historische rouwstoet met zwarte paarden en in het zwart gekleed personeel tijdens de Open Monumentendagen bij de Oude Begraafplaats in Zeist

25 jaar geleden overleed mijn man, Redbad Fokkema. De beheerder van de begraafplaats overhandigde de prijslijst met tarieven voor de begraafplaats. Er zijn zeven klassen, met zeer grote prijsverschillen. Ik was verbaasd: een prijslijst met tarieven bij een begraafplaats? Alle doden zijn toch gelijk?

28 september 2025

tekst: Henny Fokkema

25 jaar geleden op dinsdagavond 4 april 2000 overleed mijn man, Redbad Fokkema. In de laatste periode van zijn leven had hij ons meegegeven dat hij in Zeist begraven wilde worden. Na zijn overlijden kwam de begrafenisondernemer en tussen de vele vragen door vroeg hij aan de familie of wij op de begraafplaats een plek wilden uitzoeken? Bedwelmd door de gebeurtenis drong de vraag nauwelijks tot mij door. Mijn zwager reageerde dat het hem goed leek om samen met mij een plek uit te zoeken. 

Donderdagmorgen 10 uur gingen mijn zwager en ik naar de begraafplaats. Wij werden ontvangen door de beheerder, een bijzonder vriendelijke man die ons een kopje koffie aanbood. Onder het genot van dit kopje koffie overhandigde hij ons de prijslijst met tarieven voor de begraafplaats. Ik was verbaasd: een prijslijst met tarieven bij een begraafplaats?  “Alle doden zijn toch gelijk?”, schoot als gedachtenflits door mij heen. Als ik het mij goed herinner waren er wel zeven categorieën. De beheerder gaf ons een toelichting bij de lijst met categorieën en prijzen. Omdat wij de plek zelf wilden uitzoeken kwam er 50 procent op de prijzen bij, vertelde de beheerder ons en bij de duurste plek op de lijst zou mijn man een grote plek krijgen en bij de goedkoopste plek was van een eigen plek nauwelijks sprake. Bij de begrafenis van mijn beide ouders in een klein dorp was mijn zussen en mij niets van een prijslijst bekend geworden, dus impulsief reageerde ik “mijn man is geen kakker, het is hem niet om een grote plek te doen, hij wil in Zeist begraven worden. Dicht bij de plek waar hij gewoond heeft en dicht bij mij”. De beheerder stelde ons geruststellend voor een rondje op het kerkhof te gaan lopen opdat we een goede plek voor mijn man zouden kunnen uitzoeken. We begonnen bij gebied A, de grote plekken enigszins midden op het kerkhof. De beheerder herhaalde nogmaals dat mijn man in gebied A een grote plek zou krijgen. Mijn zwager en ik waren het er beiden geheel over eens dat een grote plek niet iets was waar we mijn man blij mee zouden maken. Gebied A werd dus afgewezen. Op naar gebied B. De graven lagen wat achterop het kerkhof en wij vonden geen goede plek. We vervolgden onze zoektocht naar gebied C. Mijn zwager vond ook daar geen passende plek. Een beetje ten einde raad nodigde de beheerder ons uit voor een tweede kopje koffie. Tijdens het koffiedrinken vroeg hij ons heel zorgvuldig: “naar wat voor plek bent u op zoek?”.  Mijn zwager en ik staken van wal: “Redbad was een man die hield van het leven. Voor het goede gesprek zat hij graag in het café, was geïnteresseerd in wat mensen beweegt en van opgesmukt gedoe moest hij niets hebben”. Tsja, tsja, mompelde de beheerder en wij zagen hem denken “op de begraafplaats hebben we geen café”. 

Na de koffie liepen we opnieuw over het kerkhof, maar nergens vonden we een plek, tot we aankwamen bij een ietwat rommelig en ouder gedeelte, waar je het geronk van de langsrijdende auto’s kon horen en waar de grafstenen als vormden ze een cirkel waren neergelegd. Misschien was dit wel een plek voor onze geliefde Redbad. Ondertussen struinde mijn zwager de grafstenen af om te lezen of er geen foute namen op stonden of teksten op voorkwamen met inhoud waarvan Redbad ver zou willen blijven. Inmiddels had ik de plek aandachtig bekeken: het was een goede plek, wat slordig en dat de langsrijdende auto’s te horen waren voldeed aan mijn wens om het rondom Redbad niet voor eeuwig stil te laten zijn. Maar de enige plek die vrij was tussen andere graven leek mij voor Redbad te krap, te benauwd. Redbad was een man die wijdte om zich heen nodig had. Inmiddels had mijn zwager zijn goedkeuring over de grafomgeving gegeven. Ook ik stemde ermee in en stelde de beheerder voor dat mijn man op de hoek een graf zou krijgen, dan had hij een uitzicht en werd hij niet tussen andere graven ingeklemd. De beheerder, ondertussen misschien wel heel moe van onze queeste, reageerde dat dit geen graf was. Oplossingsgezind opperde ik dat er plaats was op de hoek en dat je met een spa toch een kuil kunt graven en dat het dan een graf kan zijn.  De beheerder bracht in dat de nummering dat lastig maakte. Na enig nadenken stelde hij voor om, net zoals bij huisnummers soms gebeurt, een toevoeging achter het nummer aan te brengen. 

Tevreden over de plek die we voor onze geliefde Redbad hadden kunnen uitzoeken, verlieten mijn zwager en ik na drie uur de begraafplaats. Ik nam me voor om zodra Redbad begraven zou zijn een naambordje op zijn graf te plaatsen, zodat hij in de woorden van de dichter J.C. Bloem niet “een naamlooze in den drom der nameloozen" zou zijn.  

Een naamlooze in den drom der nameloozen,
Aan de gelijken schijnbaar zeer gelijk,
Door geen vervoering stralend uitverkozen
Tot heerschen in een onaantastbaar rijk 

Wie van die hem vergaten of verdroegen
Ontwaarden uit hun veilige bestek
De schaduw van twee vleugels, die hem joegen,
Den fellen klauw in zijn gebogen nek?

En nu, na het begeerde, het ontbeerde,
Na de onrust en het levenslang geduld:
Een steen, door 't groen gebarsten, en verweerde
Letters en cijfers, die de regen vult.

Bij thuiskomst lieten we het gebeuren nog even de revue passeren. Opgelucht over onze keuze en dankbaar voor de beweeglijkheid van de beheerder ervoeren we het wel als wrang dat in Zeist de toegang tot een waardige plek voor de overledene blijkbaar afhankelijk is van de financiële mogelijkheden. 

In het Zeistermagazine van enkele weken geleden las ik dat er van de Oude Algemene Begraafplaats op 13 september een historische rouwstoet wordt georganiseerd door het centrum van Zeist. De aankondiging bracht mij terug bij onze zoektocht op de Algemene Begraafplaats van 25 jaar geleden en de ons aangeboden tarievenlijst. Zojuist keek ik even naar de grafrechttarieven van Bosrust, de huidige naam van de Algemene Begraafplaat. Ik klik het hoofdstukje ‘Tarieven Grafrecht’ aan. De klassen A tot en met F bestaan nog steeds. Er zijn nog steeds zeer grote prijsverschillen tussen de diverse klassen. De prijzen worden door de gemeenteraad vastgesteld, zo begrijp ik. Ik schenk mezelf ook nu een kop koffie in en vraag me af, hoe zo’n variatie in tarieven tot stand komt? Weerspiegelen de grote prijsverschillen bij Bosrust economische keuzes vanwege veel vraag en kosten voor onderhoud? Of zijn de verschillen een dodelijke uitvergroting van de ‘levende’ werkelijkheid van het aanzienlijke verschil tussen arm en rijk in Zeist? Anders gevraagd: zijn de prijsverschillen ingekaderd in de bredere sociale, politieke en culturele contexten zoals die in Zeist bestaan?

foto’s: Annemiek Ponten
 

Bijdrage
Column

 


Meer over de rouwstoet: 
Historische Rouwstoet


Henny schreef eerder: 
Het verdriet van meneer Hoogland (2)

De oude zilverfabriek van Gerritsen & van Kempen in Zeist


Volgende artikel: 
Fabriek van zilveren en gouden werken

 

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and email addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.