Niet haten

10 september 2020
tekst en foto: Ruud Vermaase

Het was één van die bloedhete dagen afgelopen zomer. Terwijl heel Nederland verkoeling zocht door uren in de file staan naar overvolle stranden, reed ik over lege wegen naar een van mijn favoriete bossen rondom Zeist. Op de parkeerplaats viel het mij op dat niet veel andere mensen op dezelfde gedachte waren gekomen. De honden sprongen enthousiast uit de achterbak, wetende dat ze mochten zwemmen. De schaduw van de bomen en het zachte briesje door de takken functioneerden als een soort natuurlijke airco.

Ver vanaf het pad zie ik ineens een gedaante roerloos tegen een boom zitten. Hij (of is het een zij?) zit met zijn blik naar beneden gericht en een capuchon over het hoofd. In dit soort gevallen heb ik de neiging om door te lopen en dan op de terugweg te kijken of er daadwerkelijk iets loos is, maar nu gaan alle alarmbellen af en besluit ik polshoogte nemen. Ik loop van het pad af en nader de onbekende zo zichtbaar en zo hoorbaar mogelijk om geen schrik aan te jagen. Geen beweging.

Op tien meter afstand blijf ik staan en probeer ik te ontdekken wat er aan de hand is. De honden zitten nog aan de lijn en vertonen geen enkele nieuwsgierigheid. Vreemd.

“Niet doen!” Ik hou stil, mijn hart begint te bonken “Niet doen,” klinkt het opnieuw, smekend, een jongensstem. “Wat moet ik niet doen?” Ik vraag het zo vriendelijk mogelijk. Nog steeds vertonen de honden geen enkele belangstelling voor de jongen die mij nu vanonder zijn vale witte hoodie aankijkt. Blonde krullen, een vlassig baardje en angstige blauwe ogen. Ik blijf op een afstand van een paar meter staan en zak door mijn knieën om minder dreigend over te komen. Hij is doodsbang.

“Niet doen.” Stilte… Ik vraag weer wat hij bedoelt. “Niet haten.” Ik hou mijn handen wijd en probeer hem aan te kijken “Dat doe ik niet.” Hij knikt en kijkt weer naar de grond. “Niet haten,” fluistert hij nog een keer en sluit zich voor mij, en voor de wereld, af. Hij voelt mijlenver weg.

Ik laat hem achter en loop verder het bos in. Op de terugweg zal ik checken of hij er nog zit. Intussen denk ik diep na wat hij toch zou bedoelen en loop ik al mijn conflicten, ruzies en buien in mijn leven na. Haat ik iemand? Ik kan niemand bedenken. Ja, ik haat die rolkoffertjes in een drukke stationshal, van die schattige kleine winkelwagentjes in de supermarkt en onnodig balverlies op eigen helft. Maar dat zal hij toch niet bedoelen?

Op de terugweg blijkt de jongen verdwenen. “Niet haten…”

 

Volgende column: Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan

 

Comments

Fijn dat je zulke bijzondere momenten hier vermeld.
Een heel bijzondere en waardevolle tekst.
Doe er wat mee Een Ieder

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.