Nieuw statussymbool

3 juli 2020
tekst en foto: Ruud Vermaase

Ik drink een stiekem biertje op het terras van Blink. Stiekem, omdat het een beetje te vroeg is, maar de terrassen zijn weer open, de zon schijnt en ik heb net het boek ‘Suikerbastaard’ van Jaap Scholten gescoord bij Kramer en Van Doorn. Met dat stiekeme biertje ga ik vast de eerste bladzijden lezen. En ach, wat is te vroeg?

Naast mij zit een man, net als ik, ook in zijn eentje. Hij werkt gestaag een clubsandwich naar binnen en doodt zijn tijd met zijn telefoon. We hebben even oogcontact. ‘Mijn eerste biertje op een terras, sinds de lockdown.’ Ik laat mijn glas even heen en weer wiebelen. Hij knikt bedachtzaam. ‘Kom jij de tijd een beetje door, in deze bijzondere situatie?’ Hij draait zich half naar mij toe en bromt iets onverstaanbaars. Ik meen ‘goed’ te horen. ‘Jij?’

Ik weid uit over thuiswerken, dat ik al die tijd niet op mijn werk ben geweest. En dat het uitstekend gaat. Dan heb ik het nog niet eens over de luxe van het niet meer heen en weer hoeven te reizen. Ik geef toe dat ik gemakkelijk praten heb want ik heb geen hinderlijke kleine kinderen, geen zorgen om breekbare ouders en schoonouders en ik heb genoeg ruimte thuis. De situatie kan mij eigenlijk niet lang genoeg duren.

‘Ik kan niet thuiswerken’. Het komt nogal geaffecteerd uit zijn keel. Een tel later voegt hij er veelbetekenend aan toe: ‘Dat gaat niet in mijn functie.’ Hij zegt het op zo’n manier dat hij hoopt dat ik vraag wat voor een werk hij dan wel heeft. Lul. Dat doe ik opzettelijk niet. Of toch wel. Werk je in de zorg of het onderwijs?’, wetend dat dit absoluut niet zo is - en wat ik niemand wens -  je zou maar zo’n lul tegenover je hebben. Ik scoor inderdaad. Een makkie.

Fnuikend zucht hij een ‘nee’. Waarmee hij de hele sector, die zoveel waardering krijgt, degradeert naar de derde klasse. Hij begint weer te murmelen en ik hoor iets over ‘handel’ en over ‘in- en export’. Om wat terug te zeggen vertel ik over de voordelen van online vergaderen. Iedereen is op tijd, goed voorbereid en binnen een uurtje is het gefikst. De opkomst is vaak goed omdat het toch laagdrempelig is. Zonder een minuut reistijd, waar ook ter wereld je zit.

Hij concentreert zich op het roeren in zijn glas met verse jus. Hij geeft mij gelijk, maar zegt toch maar weer eens dat hij niet kan thuiswerken. ‘In mijn functie’ is ineens weer goed verstaanbaar. Zou dat status zijn, bedenk mij ineens? Ben ik de simpele geest die dacht dat hij het goed getroffen heeft door thuis te werken? Wat stukkies schrijven. Een beetje rondbellen, wat mailtjes lezen en sturen. Natuurlijk, hoe stom kan ik zijn. Dit is het nieuwe statussymbool! Zit ik hier dat thuiswerken een beetje aan te dikken. Sukkel die ik ben.

Plotseling staat hij op, veegt zijn mond met zijn servet af en kijkt mij nog even aan. ‘Ik neem nog een biertje’, daag ik hem uit. Hij knikt en ik hoop op een zweem van verlangen maar hij vertrekt geen spier. ‘Dat kan zeker niet… in mijn functie.’

 

Volgende column: Uitgeput

 

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.