Dagboek van een muurbloem – deel 3

3 april 2020
tekst: Niels Roelen; foto: Cristel van Bergen

Om een bevriende bloemist te helpen in deze tijd, bezorg ik bloemen in Zeist.

 

Maandag 30 maart 2020

‘Mijnheer Otten, mijnheer Otten,’ vanachter de dubbele schuifdeur roept een verpleegster naar een oude man die zich moeizaam in zijn rolstoel voortbeweegt, ‘mijnheer Otten kom terug, u mag helemaal niet naar buiten.’ Zenuwachtig kijkt ze vanachter de dubbele schuifdeuren van het verzorgingstehuis, die als een sluis werken, toe hoe haar patiënt ontsnapt.

‘Mijnheer Otten’, probeer ik vriendelijk terwijl ik vanwege het virus zoveel mogelijk afstand van hem houd.

‘Nee, nee, nee, nee’, protesteert mijnheer Otten zonder op of om te kijken.

‘U wordt geroepen’, met mijn uitgestrekte hand grijp ik de achterkant van zijn rolstoel.

‘Nee, nee, nee, nee’, klinkt het opnieuw, maar dan boos zodra hij de weerstand voelt.

‘Mijnheer Otten, u mag niet weg hoor,’ komt de zuster streng aangerend, ‘daar hebben we het over gehad. Buiten wordt u ziek.’

Nu zij opgelucht adem haalt en hem weer veilig het verzorgingshuis in rijdt, kijk ik verdrietig toe.

‘Nee, nee, nee, nee…’ prevelt mijnheer Otten die je kunt vertellen wat Corona is, maar dat over twee minuten weer vergeten is. Die geen zin en te weinig tijd heeft om te willen wachten op wat we allemaal willen; vrij zijn.

 

Woensdag 1 april 2020

Sinds een dag of twee ben ik een volleerd voyeur. Voor elke bos bloemen die ik af moet leveren, parkeer ik mijn auto zo dat ik op weg naar de voordeur onopvallend naar binnen kan gluren. Dan overzie ik in één enkele oogopslag, wat ik weten wil en belangrijk is. Het silhouet op een bank of stoel, een kopje, het geluid van een radio of de gloed van laptop of televisie.

Op de Spinozalaan zijn het de opengeslagen tuindeuren die verraden dat er iemand thuis moet zijn.

‘Nou. Wat een verrassing’, klinkt het verrast, gevolgd door een kort moment van twijfel. ‘Is dit een grap?’

‘Nee,’ glimlach ik, ‘deze bos is bittere noodzaak.’

Als ik terugloop naar de auto, kijk ik (in tegenstelling tot normaal) schaamteloos door de erker naar binnen. Naar de vaas die nog steeds op de salontafel staat. Het podium van een bos tulpen die met een diepe, diepe buiging al lieten weten dat de voorstelling voorbij was.

 

Donderdag 2 april 2020

Of je nu Nijenheim, de Valckenbosch, Kerckebosch of het Lyceumkwartier inrijdt, maakt sinds enige weken niet meer uit. Het zijn geen woonwijken meer, maar megastallen. Van die veebedrijven waar de beesten opeengepakt naast elkaar staan op een povere twaalf vierkante meter per heilige koe.

Nu er een ophokplicht is en er geen meldingen meer zijn van dagelijkse files op de snelwegen, kun je als bezorger nergens meer fatsoenlijk parkeren.

Zelfs de biologische koeien wachten, losgekoppeld van hun laders braaf tot ze over een maand of twee weer de wei in mogen. Allemaal wachten ze op het moment dat de staldeuren opengaan en ze weer in vrijheid over het asfalt mogen razen.

 

 Volgende bijdrage: Brengdang

 

Column: 

Comments

Ik geniet van je stukjes. Maar vind het vervelend, wanneer je het dan toch hebt over parkeren, dat jullie bij voortduring het fietspad blokkeren op de Slotlaan.

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.