Dagboek van een muurbloem

20 maart 2020
tekst en foto: Niels Roelen

Om een bevriende bloemist te helpen in deze tijd, bezorg ik bloemen in Zeist.
 

Dinsdag 17 maart 2020

‘Ze was zeker niet thuis?’ vragen de oudere dame en man die me al volgen vanaf het moment dat ik ik hier op de zesde verdieping uit de lift stapte.

‘Jawel hoor,’ antwoord ik vriendelijk, ‘maar ik moet de bloemen voor de deur zetten om contact te vermijden. Mevrouw vogel was er erg blij mee.’

‘Ja nou,’ een korte toon waarschuwt me dat de lift is aangekomen, ‘nogal wiedes, vind je ook niet?’ Ze kijkt naar de man die wat aan zijn volle baard plukt. Als de deuren openen, laat hij de dame voorgaan en stapt vervolgens zelf de lift in.

‘Is hier ook een trap?’

‘U mag best mee hoor,’ antwoord de dame, ‘gezellig.’

‘Dat is daar, maar,’ benadrukt hij, ‘u moet toch zeker ook naar beneden?’

‘Protocol,’ leg ik uit, ‘het is beter als we niet samen in die kleine lift staan.’ Schouderophalend en een tikje beledigd dat ik de lift niet met hen wil delen, kijken ze toe hoe ik in het trappenhuis. verdwijn. Hier op de zesde verdieping van het verzorgingstehuis is het virus nog niet doorgedrongen.
 

Woensdag 18 maart 2020

Voordat ik vertrek herinnert Marije me voor de zekerheid nog een keer vriendelijk aan de bezorgprocedure.

‘Voor de veiligheid van iedereen zet je de bloemen voor de deur, belt aan, doet een stap achteruit en wacht tot er iemand open doet. Als er niet open gedaan wordt, dan probeer je het bij de buren.’

Ik luister niet omdat ik niet wil, maar omdat ze er keer op keer de kwajongen in me mee wakker maakt. Ineens ben ik weer een jaar of tien. Met elke stap die ik dichter bij de deurbel kom, stijgt mijn hartslag met tien slagen per minuut. Nog een keer kijk ik om naar de buurtjongens, mijn straatvrienden die zich verschuilen achter een schuurtje of een buxushaag. Ze knikken, ik bel aan en zet het op een lopen.

De echt stoere jongens fluisterden zelfs verhalen over hoe ze een krant om een hondendrol vouwden, die in de brand staken, aanbelden en vanaf een veilig afstandje toekeken hoe de bewoner het vuur uittrapte. Ik blufte weleens dat ik het gedaan had, maar in werkelijkheid is het een protocol waar ik alleen met een bos bloemen het lef voor heb.
 

Donderdag 19 maart 2020

“Hey Romeo,” flirt een blonde moeder vanuit haar voortuin met me, ‘Als zij ze niet hoeft, mag je ze wel hier laten hoor.’

“Wat is je nummer Julia?” Roep ik, na twee keer zonder gehoor aangebeld te hebben, terug. “Je huisnummer?”

“25-04 schat.” Ze zit pal voor haar deur, op een meter afstand van het hek en drinkt veilig koffie met haar buurvrouw die op gelijke afstand aan de andere kant van het hek zit. “Wil je een kop koffie?” Uit het feit dat ze al bijna binnen staat, begrijp ik dat het eigenlijk geen vraag is.

“Sorry,” wijs ik beleefd op mijn volle auto, “er wachten nog meer dames op me.”

Uit mijn leren jack haal ik een kaartje en een pen, noteer het nummer, de datum, de tijd en kruis het vakje ‘bezorgd bij de buren’ aan. Nadat het kaartje in de brievenbus is verdwenen, loop ik de tuin aan de overzijde in. Op twee meter van de deur hou ik halt en zet het boeket Puck Large ongeveer in het midden van de gelijkbenige driehoek. Mocht ze nooit op het juiste adres aankomen, dan weet ik precies hoe het zit.

 

Volgende bijdrage: Zeist in bloei

 

Column: 

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.