Langzaam blind

2 maart 2020
tekst: Ruud Vermaase; foto: Pixabay

De Jonckheer loopt al behoorlijk leeg, als een blinde man naar ons toeloopt en vraagt of hij een biertje mee mag drinken. “Jullie klinken wel gezellig”, voegt hij er met enig understatement aan toe. We staan met een bijna complete selectie in De Jonckheer. De training kon niet doorgaan en het alternatief om dan maar te gaan borrelen is in goede aarde gevallen. Ook de geblesseerden doen gretig mee vanavond.

“Staan daar nog mensen aan wie ik me kan voorstellen?” De blinde man wijst naar de ruimte aan de overkant van onze statafel. Ik wil hem voor de gek houden door te zeggen dat daar ene Jaap en Piet staan, maar dat is misschien een slechte grap. “Want zover kan niet kijken en dan lijkt het net of ik met hun geen kennis wil maken,” legt hij een beetje overbodig uit.

Na de eerste kennismaking waarbij we hem meteen voorzien van een verse Tripel, zetten de andere teamgenoten hun gesprekken weer voort en blijf ik met hem opgescheept. Heb ik weer… Hij heet Maurice, is halverwege de 30 en werkt als ict’er in een verzorgingshuis ontdek ik.

Als ik hem uitleg dat we bij Phoenix hockeyen, lepelt hij wat namen op van vrienden die bij Phoenix speelden. Verrast stel ik vast dat ik die allemaal ken. Hij kwam vroeger graag kijken, maar rond zijn twintigste bleek hij langzaam blind te worden en moest naar Bartiméus om zich daarop voor te bereiden. Als ik hem vraag of hij al het braille beheerst (je moet toch iets vragen), wuift hij dat weg. Hij tikt op zijn telefoon en zegt dat er allemaal ‘appies’ zijn om hem te helpen.

Maurice heeft een drumstel en ‘klooit met muziekcomputers’. Blij met dit gespreksonderwerp opper ik een rijtje legendarische drummers: Cesar, Neil Peart van Rush die net is overleden, Ginger Baker die alweer wat langer dood is… Maurice lijkt verveeld bij mijn heldenverering, slaat op de tafel en biedt luidkeels aan om óók eens een rondje te geven. “Onzin”, vinden wij allemaal.

“Zijn er dingen die je nog wil zien, voor je helemaal blind bent?” Weer dat wegwuifgebaar. “Ruud ik heb alles al gezien op mijn telefoon of computer.” Hij wil wat demonstreren op zijn mobiel, maar de vele Tripels helpen daarin niet mee. “Maar wil je de Pyramides bijvoorbeeld niet een keer zien. Of dichterbij: een Rembrandt of Van Gogh?”, vraag ik vol ongeloof hoe luchtig hij hier overheen stapt.

“Ik zou wel een keer leuk meisje willen ontmoeten”, verandert hij voor de zoveelste keer in ons gesprek snel van onderwerp. “Dat gaat vast nog wel een keer lukken, Maurice. Vast wel.” Ik raak zijn hand aan.

“Je bent een goede gozer, Ruud. Jullie allemaal trouwens.” Hij knikt langzaam, neemt een ferme slok en roept hard richting de barman dat híj nu écht een rondje geeft. “Onzin,” sus ik weer en vraag de barman om 16 vaasjes en 1 Tripel.

 

 Volgende column: Wat? Heb je 't aan je lever?

 

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.