Midden op de weg

27 februari 2020
tekst: Kirsten Vonk, foto: Pixabay

Vanuit mijn werkplek op de Willem Arntsz Hoeve in Den Dolder zag ik dat een jongeman zich tijdens een wandeling op de grond wierp. Het was een man met een verstandelijke beperking. Hij was er klaar mee.

Hij zat met z’n billen op het natte wegdek en met z’n onderbenen naar achteren gevouwen.

Hij, Michiel, maakte schommelende bewegingen en riep daarbij ‘doei doei’.

De jonge begeleidster probeerde hem met al haar kracht weer op de been te krijgen. Er was geen beweging in te krijgen.

Ik liep er naar toe om te kijken of ik van betekenis kon zijn.

Tot mijn verbazing zag ik dat de begeleidster nog 4 cliënten bij zich had die ze om de hoek in de berm had geparkeerd. Eentje zat er in een rolstoel en drie anderen hadden zich eromheen gevleid. Ze bleven de kant op kijken waarin ze waren neergezet. Met hun rug naar ons toe. Geen idee wat er zich achter hen afspeelde.

Van een afstandje leek het op een klein kudde schaapjes die bij elkaar veiligheid zochten. In afwachting van wat hun herder hen ging opdragen. Het was erg aandoenlijk om te zien.

De begeleidster schipperde tussen het viertal in de berm en de tegendraadse Michiel op de grond.

Ik ondernam een poging om te helpen. Zo legde ik een hand op Michiels schouder en vroeg of ik hem van het koude wegdek kon helpen. Hij keek me aan en riep nog iets harder ‘DOEI DOEI’.

Klonk niet echt als een bevestiging.

Met z’n tweeën konden we Michiel natuurlijk zo omhoog krijgen. Dacht ik. De begeleidster en ik staken ieder een arm onder z’n schouder zodat we hem konden optillen. Opstaan was even niet het woord dat in Michiel opkwam. En iemand die niet wil, is loodzwaar. We kregen hem 10 cm omhoog maar Michiel nam ook zijn benen mee omhoog zodat hij er niet op kon staan.

Ondertussen reden auto’s en fietsers voorbij. Ze maakten keurig een omtrekkende beweging zodat zij hun weg konden vervolgen. Niemand stapte uit, niemand stapte af.

Voor mij, als buitenstaander, leek me dit een behoorlijk stressvolle situatie. Enerzijds de zorg voor je schaapjes in de berm en anderzijds een onwelwillende Michiel midden op de weg.

Ik voelde me redelijk nutteloos. Ik wilde helpen maar ik kon niet helpen. Of toch wel?

Ik begaf me in een situatie waarin ik onbekend ben. Ik had geen enkel idee hoe ik kan communiceren met een verstandelijk beperkte jongeman als Michiel. Bang ook om het verkeerd te doen. Hoe maak je contact met hem? Doe je dat vriendelijk of moet je hem vermanend toespreken?

Ik realiseerde me dat het enige wat ik op dat moment kon doen was er zijn. Zo voelde de begeleidster zich misschien minder alleen. En Michiel misschien ook. En dat was het hoogst haalbare wat mijn hulp betrof op dat moment.

Maar toen ik weer in mijn veilige omgeving zat, bedacht ik me nog iets anders. Ik kon mijn eigen rol in deze gebeurtenis aannemen. En dat is schrijven. Door dit te delen kan ik mensen informeren en wellicht inspireren. Door te vertellen over een begeleidster die met haar poten in de klei staat. Volop in actie om het welzijn van haar cliënten te waarborgen. Eentje die in mijn ogen voor een bijna onmogelijke taak stond maar zich niet gek liet maken. Ze kwam op een punt dat er gehandeld moest worden. Ze pakte Michiels hoofd, keek hem indringend aan en zei dat het genoeg was. Met een wat stevigere aanpak werd hij uiteindelijk op de been gehesen en liep het ploegje verder. Business as usual.

Het woord dat aan de lopende band door mij heen schoot was; RESPECT.

Enorm veel respect voor zo’n jonge griet die met een soort oerkracht haar schaapjes bij elkaar hield. Laten we zuinig zijn op deze mensen. En daarnaast; we kunnen allemaal hulp gebruiken. En we kunnen allemaal hulp bieden. Ieder op zijn eigen manier.

 

Volgende column: Een bijzondere ontmoeting

 

Comments

Goed geschreven, Kirsten! Niet WEG kijken, er zijn, en respect hebben. Daar komen we verder mee.
Elie Wiesel zei het al: Onverschilligheid is de grootste vijand.

Hoelang zal dat goed gaan 1 begeleidster op 5 patiënten, in mijn beleving een bijna onmogelijke taak.
Zeker te weten een vrouw met ballen.

Mooi dat de begeleidster haar rust kon behouden voor de buitenwereld.. (wat zal ze een onrust hebben gehad van binnen) en wat fijn dat jij er was.. al weet je niet wat je moet doen, als je er alleen maar bent is het ook goed (zolang je geen paniek gaat maken)..
Het gaat er vaak niet om wat je doet als je er bij bent, maar het feit dát je er bent is het aller belangrijkst

Fantastisch dat je dit hebt gedaan, de rust hebt bewaard en misschien hem toch aan het denken gezet....

Respect ook voor jou, Kirsten en goed om hierover te schrijven. Samen creëren we een samenleving waarin we omzien naar elkaar.

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.