Laan van Beek en Rooyen

1 januari 2016
tekst: Arend Postma, foto: Kees Linnenbank

De donkere dagen voor kerst waarin ik deze column schrijf, zijn voor mij persoonlijk de favoriete dagen van het jaar maar dat geldt helaas lang niet voor iedereen. Een deel van de Nederlandse en wereldbevolking stort zich in deze periode als een kudde lemmingen massaal in een depressie. Dat heeft onder meer te maken met een tekort aan licht en een enigszins verstoord bioritme. Maar het komt ook allemaal weer goed, want met een glas rode wijn naar de sfeervolle kerstverlichting en de vallende sneeuw turen kan al voldoende zijn om het ergste leed aanzienlijk te verzachten.

In de werkkamer draait achter mij een kleine kunstkerstboom met lichtjes op volle toeren en reflecteert op het scherm. Maar daarmee ben ik er nog niet want de beelden die in mijn gedachten de revue passeren zijn op sommige momenten hartverscheurend.
De ‘Dickensiaanse Armoede’ zoals die jaarlijks in Deventer gespeeld wordt is het meest sprekend en nog steeds de ultieme verbeelding van waar het met de kerst en de rest van het jaar om gaat. Uitgemergelde mensen die buiten in de sneeuw honger en kou lijden terwijl aan de andere kant van het raam door gegoede burgers in de warme huiskamer van een uitgebreide maaltijd genoten wordt.
De neus van een ingevallen gezicht tegen het raam dat van het laatste restje warmte beslaat, maakt het geheel nog iets nog schrijnender.

In diezelfde periode worden in Zeist op verschillende ‘open wonden’ in het centrum de omheinde verkoopplaatsen van kerstbomen weer opgetuigd.
Met ‘open wonden’ bedoel ik de braakliggende stukken grond die ontstaan zijn door sloop, de tijd, economische motieven en vergissingen. Door de crisis zagen projectontwikkelaars hoge rendementen met hun plannen voor dertien in een dozijn appartementencomplexen in rook opgaan en lieten de grond nog even voor wat het was. Ook sommige belangengroeperingen vinden het zo wel goed.
Gelukkig duiken er in de donkere dagen voor kerst handelaren met Nordmannen, Blauw- en Zilversparren op om als trekvogels op de ‘open wonden’ neer te strijken. Het is een erg seizoensgebonden bedrijfstak waarin dan veel omgaat. De verkoopplaats bestaat uiteindelijk uit: een caravan waar rook uit opstijgt, een waakhond aan een zware ketting, een hypermoderne inpakservice en dit alles omringd door een bos aan kerstbomen en reclame. Schimmige nevenactiviteiten die ik altijd weer vermoed neem ik op de koop toe.

Er is geen excuus voor en de kerstgedachte was ver weg; het speelde zich meer dan dertig jaar geleden af en is daarom hoop ik verjaard.
Het was ruim na middernacht dat ik vanuit café De Schavuit naar huis liep. De route ging hemelsbreed tussen de Slotlaan en de Voorheuvel. Omdat het gebied toen onderdeel van een grootscheepse stadsvernieuwing was, waren er ook veel ‘open wonden’.
Onder andere op de plek waar nu de bibliotheek en ‘De Punt’ staan, was toen een verkoopplaats van kerstbomen. Ik denk niet dat dat nu nog kan maar toen stonden de kerstbomen daar nog zonder omheining voor het grijpen. Daartussen een oude caravan waar een gevaarlijke hond hoorde te waken. Er lag sneeuw, het was koud en het schaarse maanlicht maakte het geheel unheimisch. Toen ik langs liep, pakte ik een kerstboom als een pak melk in de supermarkt en liep verder. Oplettende agenten in een surveillancewagen zouden mij ongetwijfeld aangehouden hebben om te vragen wat ik midden in de nacht met een kerstboom deed. Thuisgekomen legde ik de kerstboom in de tuin om er de volgende dag iets mee te doen – ik heb hem niet meer aangeraakt.
Wat zou mij toch gedreven hebben een kerstboom mee te nemen terwijl ik in het diepst van mijn hart niets met kerstbomen heb?   

 

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.