Het duurzame gebouw op busstation Zeist

1 september 2019
tekst en foto: Arend Postma

Op busstation Zeist staat een gebouw van het formaat halve zeecontainer. Het zou op de Tweede Maasvlakte in Rotterdam niet misstaan, ware het niet dat het door uitbundige begroeiing een duurzame uitstraling heeft. En dat is op de Tweede Maasvlakte niet echt de bedoeling, want daar hebben maar weinigen belang bij een container die de aandacht trekt.

Wat voor de 300 met sedum bedekte groene bushokjes van Utrecht geldt, geldt natuurlijk ook voor het duurzame gebouw op het busstation Zeist. Die bushokjes uit Utrecht gaan de hele wereld over: van Melbourne naar Mexico-City. Voor Zeist zie ik wat dat betreft ook wel mondiale mogelijkheden, want het gebouw ziet er best wel geloofwaardig uit.        

In de context van duurzame ambities is het gebouw ook een bevestiging van de weg die Zeist ooit ingeslagen is. Als passagier kijk ik nu vanuit de wachtende bus naar het gebouw dat een fraaie, solistische strijd voert. Het is een overwoekerd baken met op de achtergrond de rust van een park.       

Mijn gedachte: ‘Waarom zou een militair in camouflagekleding over de Slotlaan lopen?’ Het antwoord is volgens mij heel eenvoudig: hij wil niet opvallen. Een enkele keer kom je op de Slotlaan iemand tegen die niet bestaat.

Op het busstation lossen chauffeurs elkaar af, verruilen hun dienst of wachten om tijden te synchroniseren.   

Waarschijnlijk past het duurzame gebouw, door zijn ondoorgrondelijkheid, naadloos in het digitale traject van de buslijn en alle bijbehorende gps-coördinaten. Het communicatiesysteem dat al deze informatie tot data transformeert zit de chauffeurs op de hielen en laat niet meer los tot de bus weer in de remise staat. Op het beeldscherm van de chauffeur wordt een knop rood als hij nog niet van de halte vertrekken mag en groen als hij door kan.        

De functie van het gebouw is mij vanuit eigen waarneming duidelijk. Als de bus stilstaat gaat de chauffeur staan, pakt zijn geldkistje, verontschuldigt zich naar de passagiers en loopt het gebouw in om even later weer buiten te staan. Behalve een ‘zwarte doos’ doet het gebouw een personeelsrestaurant vermoeden.

Toen ik in de bouw werkte heette een personeelsrestaurant nog schaftkeet. Dat was een houten ruimte waar we met een broodtrommel, een thermoskan koffie en zware shag zwegen met af en toe een foute grap. 

Een enkele keer komt er tijdens de wandeling naar het gebouw een pakje sigaretten tevoorschijn. Ik vermoed dan dat de buschauffeur met weemoed aan de wegrestaurants en tankstations uit zijn vorige leven als vrachtwagenchauffeur terugdenkt: vrijheid, de geur van smeltend asfalt en het denderen van zwaar verkeer. Dit vermoeden doet mij ook naar een sigaret verlangen.

Het is alweer dertig jaar geleden dat ik met roken gestopt ben. Mijn vriendin en ik hebben afgesproken dat wij op gevorderde leeftijd weer gaan roken. Die eerste sigaret zal dan zeker niet gemakkelijk zijn en wij zullen dan wel even door moeten bijten. Tegelijkertijd heb ik mijzelf voorgenomen dan het drinken ook maar een tandje bij te zetten. Kortom: alleen maar goede voornemens voor de rest van mijn leven dankzij dat duurzame gebouw op busstation Zeist.

 

Volgende artikel: De beroemste dichter van Zeist?
 

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.