De vijf fases van mijn V&D-leven

1 december 2017
tekst: Noortje van Breukelen, foto’s: Mel Boas

Toen ik opgroeide, was de V&D een begrip in Zeist. In iedere fase van mijn leven speelde hij (of zij?) een andere rol. Nu staat het pand leeg. Pijnlijk treffend…

Als kind
Als kind herinner ik me de V&D vooral als een grote speeltuin. Als ik er met m’n ouders heen ging, dan renden mijn zus en ik de roltrappen op en neer. Liefst tegen de richting in, maar dat ging meestal niet, want in die tijd was het nog wel eens druk bij de V&D. Ook de tentenafdeling boven was favoriet, daar kon je heerlijk verstoppertje spelen. Een onbekommerde tijd, toen de V&D nog gewoon bij het leven hoorde.

Als puber
Als puber kwam ik jaarlijks bij de V&D voor de Schoolcampus. Traditiegetrouw veinsde ik wat tegenzin, want school was immers stom. Maar ondertussen was het natuurlijk wel goed opletten dat ik wel de hipste en meest trendy schriften en multo’s kreeg, want school was vooral ook zien en gezien worden. Met als belangrijkste dilemma: welke agenda te kiezen? De Hitkrant-agenda? De Snoopy-agenda? Wat zouden m’n vriendinnen kiezen? Dat was een gok, je kon ze toen nog niet even appen.

Als jongere
Toen ik zestien was kreeg ik een baantje bij de V&D. Op zaterdag. Voor een paar gulden per uur. En wat voelde ik me lomp in dat lelijke V&D-pakje met rok en jasje. Maar het stappen moest bekostigd worden, en het werk was niet heel zwaar. Vooral kleding terughangen en opvouwen, later ook kassawerk. Je kreeg zo een goed beeld van wie er zoal bij V&D winkelden. Veel oude dames. Ze leken rijk, maar dat was soms schijn. Ik zag wel eens een oud dametje een BH-tje of een sjaal onder haar trui verstoppen. Winkeldiefstal moesten we eigenlijk streng aangeven, maar ik kon dat niet altijd over m’n hart verkrijgen. Hoe erg moet het met je leven gaan als je BH’s moet jatten bij de V&D? Neemt u dan maar mee, mevrouw, voor deze ene keer.

Als twintiger
Toen ik ging studeren heb ik het zaterdagwerk ingeruild voor flexbaantjes in de horeca. Ik kocht toen eigenlijk vrijwel nooit meer wat bij de V&D. Teveel middle of the road, neigend naar suf, zeg maar. De kleinere winkeltjes op de Slotlaan zijn veel leuker, of ik ging naar Utrecht. Eigenlijk kwam ik alleen nog maar bij V&D voor La Place, dat werd juist steeds beter. Heerlijke broodjes en vruchtensappen. Ik zat er vaak uren met vriendinnen, kopje thee erbij. Maar dat ze daar uiteindelijk niet van kunnen bestaan snap ik ook wel. Toen het failliet ging heb ik nauwelijks getreurd. We lunchen nu gewoon ergens anders.

Nu
Nu staat het dus leeg, de V&D. Een grote leegte, met zo af en toe een uitverkoop. Hoe treffend omschreven, voor een single van midden dertig. Nee hoor, ik heb niets te klagen. Een vaste baan, een fijn huis, een lieve kat Monroe. Maar laatst liep ik door de boekendumphal in wat ooit de begane grond van mijn eerste baantje was, en dat voelde toch wel raar. Leeg, over. Een stukje jeugd dat nooit meer terugkomt.

Straks?
Wat wordt de volgende fase voor de V&D? Die tijdelijke boekendump moet er zo snel mogelijk weer weg, wat een treurigheid is dat. En alsjeblieft ook geen Hudson Bay of Primark met hun kinderarbeid-kleding. Nee, dat soort grote zaken passen niet bij Zeist. Eigenlijk paste de V&D achteraf gezien ook niet bij Zeist. Zeist, dat is de gezelligheid van de Slotlaan. Ik zou dat enorme pand, vier verdiepingen, maar ombouwen tot woningen. Dan komt er weer liefde in dat pand, en vrolijke kinderstemmetjes. Net als toen ik zeven was.

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.