Ode aan de stratenmakers van de Slotlaan

1 oktober 2017
tekst: Noortje van Breukelen, foto's: Kees Linnenbank

De Slotlaan was nog nooit zo gezellig. Zeven jaar woon ik hier nu, boven de winkel van mijn tante, en ik vind het heerlijk. In de straat is altijd wat te doen, en je kunt op zaterdag lopend naar de markt, de Hema of waar je maar wilt winkelen. Er wordt altijd veel geklaagd over de Slotlaan, als er weer eens een winkel failliet gaat. En soms is het ook niet leuk, zo hoorde ik dat Juice al weer weg gaat, daar hebben ze juist vaak van die leuke dingen. Maar er komt altijd wel weer wat nieuws voor terug. Kijk naar de boekwinkel hier schuin tegenover, wat een heerlijke zaak is dat geworden, je kunt er zelfs koffie drinken.

Maar nu is de Slotlaan al maanden een bouwput. Een of andere wethouder wil zich hier onsterfelijk maken, geloof ik. We krijgen andere tegels, het asfalt gaat eruit, en er schijnen ook meer bankjes te komen. Jammer dat de markt niet naar de Slotlaan komt, dat had ik gezellig gevonden. Er is ook plek zat voor. Stoep, fietspad en straat gaan straks zonder stoepranden vloeiend in elkaar over. Of het gaat werken, ik vraag het me af. In Utrecht misschien, daar zijn er zo veel fietsers dat die de auto’s wel afremmen. Maar gaat het hier niet andersom werken, dat de aso’s in hun BMW’s de fietsers aan de kant toeteren?

De werkzaamheden zelf zijn wel interessant. Monroe, mijn lapjespoes, kan er ook uren naar kijken vanuit de vensterbank. Grote graafmachines die heel subtiel kleine hoopjes zand een beetje van links naar rechts schuiven, mooi is dat. De tijdelijke hekken die drie keer per dag ergens anders neergezet moeten worden. De bouwvakkers, eigenlijk stratenmakers, zijn ook leuk. Ze zijn met z’n zessen. Ik weet niet waarom. Meestal zijn er hooguit twee aan het graven en de andere vier spelen dan opzichter, wijzend naar hoopjes zand. Daarom duurt het denk ik ook al maanden.

Ze hebben ook altijd tijd voor een praatje. Op dag drie vroegen ze al waarom ik altijd al om half vier uit m’n werk kwam. En nu ze dus weten dat ik in het onderwijs werk, noemen ze me standaard ‘juf’. Of ‘juffie’. “Hee juffie, heb je nog saucijzenbroodjes?”, roepen ze nu dagelijks, nadat ik een keer getrakteerd had. Ook belden er een keer twee aan, eentje met een spinnende Monroe in zijn armen. “Hier, je poes was weggelopen”. Lolbroeken, alsof zij het kattenluikje in de deur niet gezien hadden. Bouwvakkers zijn puur, en lekker ongecompliceerd. Op een ouderavond zijn ze ook altijd een verademing, eens iemand die gewoon toegeeft dat zoonlief inderdaad niet zo veel aan z’n huiswerk doet thuis, tegenover al die leasebaktroela’s die mij op hoge toon uitleggen dat het juist allemaal aan de school en de leerkrachten ligt.

Nee, wat mij betreft kunnen de werkzaamheden niet lang genoeg duren. Elke dag een praatje voor de deur. En ’s avonds is het heerlijk rustig, zo zonder verkeer. Je merkt pas hoeveel herrie de auto’s normaal eigenlijk geven, als ze er een tijdje niet zijn. Ik zie Monroe beneden lekker door het zand rollen. De Slotlaan was nog nooit zo mooi!
 

Comments

Mooi stuk. Helemaal mee eens!

Mee eens!

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.