Vrijwilligerswerk in Nepal

1 september 2016
tekst en foto’s: Gerard Ruijs

Na zijn vertrek als directeur van Figi is Gerard Ruijs actief via de organisatie PUM. Met steun van het ministerie van Buitenlandse Zaken (Ontwikkelingssamenwerking) vindt uitzending plaats naar een ontwikkelingsland. Zo dragen professionele vrijwilligers (senior experts) kosteloos hun kennis en ervaring over. Daarmee wordt zelfredzaamheid, ondernemerschap en duurzame ontwikkeling van het midden- en kleinbedrijf in ontwikkelingslanden en opkomende markten gestimuleerd waardoor er meer werkgelegenheid en doordoor minder armoede ontstaat. Met name het toerisme kan hier sterk toe bijdragen. Deze aflevering komt vanuit Nepal.
 

Uit Nepal is bij organisatie PUM een verzoek gekomen om een ketenhotel te adviseren over kwaliteit en inrichting.

De vlucht naar Nepal ging via Istanbul en Kathmandu naar Nepalgunj aan de Indiase grens.
In Nepalgunj word ik met alle egards door de directeur ontvangen met bloemen en een geluk sjaal en wij rijden naar het hotel. De weg van het vliegveld naar de stad is zoals ik verwachtte: erg veel motoren, tuktuks, ossenwagens, vrachtwagens en overvolle bussen waarbij de passagiers op het dak zaten. Het verkeer zigzagt om de talrijke koeien die op de weg lagen of liepen.

Het hotel zit er op het eerste gezicht luxe uit. Het maakt deel uit van een keten van 12 hotels en is eigendom van één familie. Alle broers en zwagers hebben een leidende functie in de organisatie.
Ik maak tevens kennis met de chairman en de landelijke salesmanager en spreek met hun de wensen door.
Deze wensen verrassen mij zeer: in de aanvraag wordt gesproken over assistentie bij één hotel in Nepalgunj maar het blijkt dat ik vier hotels en een party-centrum moet adviseren. De andere drie hotels liggen in Surkhet, Chisapani en Tikapur, weliswaar op betrekkelijk korte afstand maar gezien de wegen allemaal op bijna een dag rijden.

Moeilijke periode Nepal
Nepal verkeert in een moeilijke periode. De grote aardbeving heeft nog geen jaar geleden plaats gevonden en vele gebouwen liggen nog in puin.

Ook door de hevige regenval zijn vele wegen onbegaanbaar geworden: rotswanden zijn gespleten en grote rotsblokken versperren de zanderige wegen die toch al moeilijk begaanbaar zijn.

Maar het ergste is de boycot door India: een deel van Nepal met een Indiase meerderheid wil zelfstandigheid en zich afsplitsen van Nepal en India zet de eis kracht bij door de levering van olie en medicijnen te verhinderen. Deze kunnen uitsluitend Nepal vanuit India bereiken. De andere grens wordt gevormd door het Himalaya gebergte met China waar geen verkeer mogelijk is.

Het land is vreselijk arm maar de mensen zijn vriendelijk en gastvrij. De ellende wordt met een glimlach gedragen. Kinderen spelen op straat terwijl er een man ligt te creperen (foto 1).

Zoals vermeld ligt de stad Nepalgunj aan de Indiase grens en ’s avonds wordt benzine het land in gesmokkeld op fietsen, motoren en tuk tuks, behangen met plastic waterflessen vol benzine voor de zwarte markt. Een levensgevaarlijke situatie. De zwarte handel tiert levendig.
Bij de zwaar bewaakte benzinepompen die nog kunnen leveren staan kilometers lange rijen motoren en auto’s die resp. één of vijf liter benzine krijgen. Sommigen gaan dan opnieuw anderhalve dag in de rij staan om nog eens vijf liter te krijgen.

Er rijden dan ook relatief weinig bussen. De bussen die wel rijden zijn overvol en de passagiers zitten ook op het dak. Dit is geen normale situatie in Nepal. De bussen rijden ook niet meer op tijdschema maar wachten tot ze overvol zijn. Half leeg is te kostbaar.

Mogelijke adviezen
Tijdens de langdurige autoritten van hotel naar hotel evalueren wij onze ervaringen en bespreken de mogelijke adviezen. Deze hebben vooral betrekking op de organisatie, hygiëne en de inrichting:

De medewerkers zijn weliswaar zeer gemotiveerd maar zijn ongeschoold en hebben nagenoeg geen vakkennis. Er wordt door medewerkers en staf nauwelijks Engels gesproken en communicatie met buitenlandse gasten is dan ook erg moeilijk.
In de verschillende keukens is geen warm water en alles wordt met koud water schoon gemaakt.

Door het gebrek aan gas wordt er noodgedwongen gestookt op houtvuur waardoor de temperatuur moeilijk te regelen is.
De elektriciteit valt met regelmaat uit en er is nauwelijks benzine voor de noodaggregaten.
De diepvries met etenswaren heeft een gemiddeld te hoge temperatuur waardoor het eten bederft.
De inrichting van de hotelkamers is redelijk maar heeft achterstallig onderhoud. Geen enkele hotelkamer heeft een bureau of werktafel en er zijn weinig stopcontacten.

Achtergronden
Iedereen is erg gelovig. Het overgrote deel belijdt het Hindoeïsme en een beduiden kleiner aandeel het Boeddhisme. Beide religies gaan goed samen. Er zijn veel rituelen.
De magere koeien die overal op de weg liggen, staan of lopen zijn de stieren. Deze hebben voor de boeren geen waarde en kosten te veel geld aan voeding. Vandaar dat ze letterlijk de straat op worden gestuurd. De koeien daarentegen geven melk en zijn voor de boer erg kostbaar. Zij worden gekoesterd in afgesloten weiden.
Men moet nog wennen aan de nieuwe staatsvorm sinds de koning van het toneel is verdwenen.

Wij eten in veel verschillende restaurants in de hotels en onderweg: ook hier altijd en alles met de hand. Bestek wordt er niet bijgeleverd. Al of niet met een blaadje sla worden de gerechten bij elkaar geraapt en gekneed en vervolgens buig je naar het bord en schuift alles naar binnen. Even wennen natuurlijk.

Onderweg worden we regelmatig opgehouden bij wegversperringen (foto 2)  waar we gecontroleerd worden en lang moeten wachten om door te kunnen rijden. Aan de oever van de rivieren zien we met regelmaat lijkverbrandingen. Nieuwe auto’s worden gewijd voordat ze de weg opgaan.

Speciaal voor mij wordt er een bezoek gebracht aan een van de tuinen van het oude koninklijke paleis waar hele families in het weekend picknicken. Kinderen zwermen om me heen en willen met mij op de foto die op hun facebook pagina wordt geplaatst.
Op een olifant struin ik door de rimboe. De Aziatische olifant (kleine oren) is tembaar en wordt gebruikt als lastdier terwijl de Afrikaanse olifant (grote oren) wild is en niet benaderd kan worden.

In alle hotels bespreek ik met staf en medewerkers in plenaire zittingen mijn bevindingen (foto 3) en aanbevelingen, woord voor woord vertaald vanuit mijn Engels naar Nepalees.

Bij mijn vertrek staat de hele board klaar om afscheid te nemen. Ik word overladen met eerbetoon en krijg allemaal cadeaus mee. Het meest voel ik mij vereerd met een bloemenkrans en Nepalese muts (dhaka topi) (foto 4).

Het was weer een indrukwekkende en dankbare missie. Beide partijen hebben iets van elkaar geleerd en dat is het mooie van dit werk.

 

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.