Amersfoortseweg 10, Huis ter Heide – De paus mocht geen gehaktstaaf bij het tankstation

1 mei  2017
tekst: Arend Postma, foto: Kees Linnenbank

Toen mijn broer en ik in 1962 zo’n tien twaalf jaar oud waren, moesten wij voor onze vader - hij had een aannemersbedrijf - geld bij de bank halen. Dat kon toen alleen maar bij de Boerenleenbank want die zat zelfs in het kleinste dorp en dus ook in ons dorp Bakhuizen.
We liepen meteen door naar de wachtkamer. Van een open ontvangstruimte in de bankhal - zoals tot voor kort bij onze systeembanken - was toen nog geen sprake. Het was een sobere kleine ruimte met één raam en houten zitbanken langs de kant.
Dat doet mij nu aan de wachtkamer in de Tsjecho-Slowaakse ambassade in Scheveningen denken waar ik in 1977 moest zijn. Alleen daar werd de ruimte nog opgevrolijkt met communistische propaganda: vakantieposters van exotische vakantiebestemmingen in het enorme Sovjetrijk van de Oostzee tot de kusten van de Beringzee.

De bankdirecteur was van tevoren al op de hoogte gebracht van de hele operatie, want toen wij in een biechtstoelachtige ruimte met loket binnengeroepen werden, lag de enveloppe met het geld al op ons te wachten - er had ook een zwemdiploma in kunnen zitten. Het ging om een fors bedrag want bestemd voor de loonzakjes van het personeel.

De directeur van de Boerenleenbank - behalve bankier ook kassier – was hèt symbool van authentieke integriteit. Zoals bijna iedereen in ons dorp had ook hij een bijnaam: ‘De goede herder’.

Mijn vader had een risicoanalyse van het geldtransport op de achterkant van een bierviltje gemaakt. Omdat de sociale controle in het dorp voldoende verstikkend was, kon hij mogelijke belagers onmiddellijk in beeld brengen en uitsluiten, de bankier was boven elke twijfel verheven en daarom bleven alleen de zwakheden van zijn eigen zoons over.

De bankdirecteur keek ons indringend aan en zei: “Jimme heit hat belle en sein dat jimme rjocht nei hûs gean moatte en net mei oare minsken praete!”

Toen wij buiten stonden, hield mijn broer de enveloppe met twee handen stevig tegen zijn borst. Zo liepen wij in korte broek, op klompen en in de brandende zon door de Odulphusstraat naar huis. De kracht van dit geldtransport was dat iedereen dacht: “die twee jongens van Folkert Postma hebben hun zwemdiploma behaald.”

In 1996 had ik een collega wier moeder speciale evenementen organiseerde en zodoende betrokken bij het bezoek van de paus aan Nederland in mei 1985. Op één van de dagen wilde de paus op bezoek gaan bij kardinaal Alfrink; die woonde in een bungalow op het terrein van landgoed Dijnselburg aan de Amersfoortseweg 10 in Huis ter Heide. Er waren twee mogelijkheden om hem daar te krijgen. De eerste was in gepantserde Mercedessen onder politiebegeleiding met zwaailichten en met grote snelheid naar Huis ter Heide racen. De tweede was in de oude Fiat Panda van mijn collega, en dat gebeurde. Op hun gemak met onderweg nog even tanken reden ze naar de bungalow van Kardinaal Alfrink in Huis ter Heide. De paus bleef keurig in de Fiat Panda wachten want een gehaktstaaf uit de muur was een beetje riskant.  

Add new comment

Plain text

  • No HTML tags allowed.
  • Web page addresses and e-mail addresses turn into links automatically.
  • Lines and paragraphs break automatically.